Storende dingen

1. niet veel, maar toch

3. smoeliepap, verloren brood, bandrecorders, ossen en beren, ’t schoon servies, de schone kamer, de catechismus, noorwegen, heidebrood ik zeg niet nee nee maar toch

10. fietsers dronken denkers

14. en maar doen alsof je luistert ik heb je wel door pietje leugenaar

13. huilende winden en kletterende regen heb het wel gehad met lentesneeuw en windturbines

14. paarden misvormde honden

17. koffiemelk in kuipjes da's geschift

18. het fabeltje dat de zon in het westen ondergaat

20. ieper en omgeving teveel graven de watervallen van coo bijna geen water de belgische kust te weinig zand de kathedraal van antwerpen de cafés op het plein deugen ook al niet

af en toe zei ik één enkel woord

19. en waar heb je dat geleerd, tegenspreken? zeker niet van mij jongen ik heb je netjes opgevoed wil je alsjeblieft wat beleefder zijn?

ja ja ja en ja zei ik

19. belforten, torens, molens, kerken en stadhuizen, markten, kades, mij niet gelaten, ze bestaan daar niet van maar waarom moet je ze houden? een catastrofale vergissing jongen! verkoop ze en met de winst kun je heerlijk op vakantie in moderne landen

20. ik lig hier al een maand te wachten zonder een spier te vertrekken maar daar heeft hij geen oren naar

dat zag ik hem schrijven

in zijn kleine schriftje van zijn eerste studiejaar

al die dingen storen me en hier hou ik op

morgen. het woordje quid quad quod

eerst slaap op orde zetten

goeiemorgen drukke dag mijn waarde inventaris maken

1. huifkarren in limburg, drie man en een paardenkop

2. tl-lampen zakdoeken met al die neusdruppels en maar turven dat gesnurk

2. finland de naam alleen al

3. straffen met ringmappen, muziek uit magyarije, al die schaduwen die hier nog liggen

4. nee ik meen het, niks ergers dan larikswortel, vleesjus, al die vieze troep dat blijft maar aan je lijf kleven of in je oren zingen

8. vroeger was het geen haar beter dan het nu al was

13. 't komfoor, de haard, de vierkantswortel heb altijd voor mijn ouders gezorgd dat hoort zo tot de wereld ontploft

24. konijnen, schuttersputjes al die dingen daar zit een systeem in je moet ze optellen op een heel slimme manier maar dat kun jij niet tegenop stoute jongen

22. vier hoofdkussens per nacht dat slaat nu ‘ns echt geen enkele nagel in jouw kop

23. o nu al weg? en je zit hier pas tien jaar

ik zeg niet mega mega storend maar er is iets met die deuren ze gaan altijd de verkeerde kant op

dat dacht ik toen ik bij hem zat

26. waar blijft dat dagverblijf in charleville?

29. en nu uit de weg, ik moet nog latijn studeren voor ik naar school ga

32. heb je nog briefjes met wijsheid nodig?

33. mij krijgen ze niet klein die plastic klonen

34. in matadi aan het kivumeer zat een boy jouw speelgoed op te eten

gisteren waren ineens jaren voorbij

zo snel als een lichtjaar

en hij leek jonger maar was stukken ouder

zijn hart tikte maar niet trager

ik oefende mij in aanwezigheid zonder wrok

1. ja zo hang ik hier maar, zo gezond als een hansworst en altijd maar die spuitjes met spruitjes word er winderig van

2. kom binnen we maken het hier gezellig ik heb een lijstje met vrolijke dingen

3. ik voel me stralend vandaag

4. en iedere dag een begankenis alsof het hoogmis is

5. stil stil ze verkopen hier alles, heel mijn bureau overhoop snuffel snuffel met hun hamers in mijn paperassen maar dat snap jij weeral niet

hij dacht toen weer dat hij mensen onderzocht

gratis en voor niks

hun geest hun brein verstoorde op kniëen hamerde

voor koning zagen, hagen, vaderland

6. ik mag hier aan niemand namen geven

geen doktersbriefjes meer

zijn scheve lippen schreven

de dingen goed articulerend uit elkaar 

op de wanden van de kamer

in tiptop onwaarschijnlijk nederlands

4. de pv's en cv's heb ze met z'n allen voorgoed de laan uitgestuurd

5. ben alle zetten aan het slikken

6. niks meer fut ben helemaal volgetikt

7. plak die open haard pak die snor de papegaai de reis begint

8. ben bijna rond behalve nog een stuk of tien storende dingen

dacht ik kere weerom reuzegom maar toen kwamen nog een stuk of drie herinneringen

met letters die hij haatte

aan zijn ma de bevrijder de reine maagd

de meimaand virga virgo virginaal die mariaklassen begin er maar 'ns aan

tien min dertien jubel weg grote nul

7. iedereen denkt dat ik op hen zit te wachten

8. maar niet op jou treuren doe je dag en nacht

9. Aai laaik aai op z’n engels moest je gauw 'ns op mijn graf gaan zetten

wat ik deed maar hij was niet weg nog altijd niet

toen ik terugkwam de lege gang opliep en hoopte hoopte

nee hij bleef maar zeuren tonnen zand versleuren

in mijn holle oorschelp

twee en drie tot zeven met een grafstem

tot het einde van mijn leven 

moest ik horen was mijn lot

10. steek het in mijn reet lieve deugd nu word ik louter virtueel

11. miereneuker die metalen verpleegsters kunnen mijn rug op

12. strontjong jij kunt alleen maar knikken als een zwartje 

13. heb ik gisteren ingeslikt je oor de sleutel zit in mijn hoofd dus niet getreurd applaus applaus voor mij het avontuur is rond

eigenhandig ging ik I like I schilderen

mijn eigen warme bloed

op alle deuren van de stad

maar niks gekort

hij was nog steeds die oude man

in pyama op wandel in de straat

de kast op tafel met een tong als een worm

in mijn mond tot leven kwam

at alle mensen op de witte gele zwarte

van knokke tot in goma bompapa

zijn tong in de mijne plaatste

met rotte kiezen zijn versleten aders

het ding verdwazing dood en stof en as

zotte kermis kauwde

26. kan ik je eindelijk van mijn lijstje schrappen

zijn denken in het mijne wrong

mijn hoofd vol klare nonsens stak

zijn vel over het mijne trok

des duivels sprak en stonk

van sint juttemis tot eind heelal